logo

Begraven in de Romeinse Tijd

Bling Bling

Tijdens de opgraving van het Romeinse grafveld aan de Kattenleger zijn in totaal maar liefst 1138 metalen fragmenten gevonden. Het gaat veelal om persoonlijke artikelen, zoals knopen, gespen, sieraden, mantelspelden (fibulae) en ijzerbeslag van schoenen, maar ook om leerbeslag in de vorm van kleine (sier)spijkertjes en nagels. Kleine spijkers zijn waarschijnlijk onderdeel geweest van kleine kistjes, waarin op de brandstapel iets aan de overledenen werd meegegeven. Grotere spijkers kunnen in verband worden gebracht met een getimmerde brandstapel of hergebruikt sloophout.

Meegegeven op de brandstapel

Al deze vondsten vertoonden sporen van verbranding en geven aan dat zij aanwezig waren tijdens de crematie. Bij de kleinere vondsten is, door verwering en smelten, vaak niet meer duidelijk wat het ooit is geweest.

Onverbrande vondsten?

In één graf zijn echter twee fibulae aangetroffen die geen sporen vertonen van verbranding… en dus pas later zijn toegevoegd aan het graf. Dat is ongebruikelijk. Uit de bestudering van het botmateriaal bleek dat het hier waarschijnlijk gaat om een vrouw van 20 tot 30 jaar oud. Mannen droegen vaak één mantelspeld op de schouder. Voor vrouwen kwam juist de dracht van een fibula op elke schouder vaak voor. Soms werden de mantelspelden hierbij verbonden doormiddel van een ketting over de borst.

Verder werden in een kringgreppel de bronzen resten gevonden van een paardentuig en een olielamp, ook onverbrand. Vooral de fibulae die werden aangetroffen zijn doormiddel van hun vorm goed te dateren. Alle aangetroffen spelden lijken uit de Vroeg Romeinse Tijd te dateren.

 

×