7-06-2017 Sommige dingen blijven, andere niet

Zoals het vroeger was, is het niet meer. Het boerenlandschap van De Park is grotendeels omgevormd tot het recreatieve natuurgebied dat nu door steeds meer mensen ontdekt en gebruikt wordt. Maar het verleden is er nog in te herkennen, zeker als Geert Derksen erover vertelt.

Geert Derksen (81 jaar) kent het boerenweggetje De Park nog met fruitbomen langs beide kanten van de weg. In zijn jeugd logeerde hij vaak bij zijn grootouders die op de Parkse Bouwing woonden. De gesloopte boerderij stond daar waar nu de Landerij, met haar talrijke recreatieve natuur-activiteiten, gevestigd is.
Er is nu nog een rijtje oude perenbomen over, al staan ze meters ver van de weg af doordat die een eindje is opgeschoven. Hun peren rijpen in het najaar nog steeds zoals ze al heel lang doen. In zijn jeugdherinneringen waren het al grote bomen, dus wie weet hoe oud ze zijn. Er stonden veel meer soorten fruit. Hij herinnert zich nog verschillende pruimen: de Reine Claude d’Oullins, de Reine Claude d’ Althan, en de Eldense Blauwe natuurlijk.

Foto: Geert Derksen.

Het fruitige karakter van het gebied is ook verdwenen met de kap van de grote boomgaard die in zijn jeugd stond waar nu een akker ligt, in de hoek van De Park en de Grote Molenstraat. Dit jaar staat er mais, in lange rechte rijen. Deze worden onderbroken door een enorme wilg (zie uitgelichte foto). Een vreemde plaats voor een boom zo midden in een akker. Maar Geert Derksen weet hoe die daar komt: toen hij kind was heeft zijn oom die boom geplant in de boomgaard en er voor de grap takken van enkele appelsoorten op geënt. ‘Die hebben nog een jaar of vier volgehouden ook.’ De boom zelf houdt het aanmerkelijk langer vol.

De oogst werd opgeslagen in de pakschuur welke nu nog deel uitmaakt van het complex van de Landerij. De oude schuur uit 1888 is het enige dat overgebleven is van de Parkse Bouwing. De constructie bestaat uit vijf gebinten waartussen vijf gescheiden vakken gemaakt waren. Daarin werden haver, tarwe, gerst en erwten opgeslagen. En in het vijfde vak stonden de schapen.

De geschiedenis waarover Derksen vertelt gaat ook over het leven dat zich afspeelde tussen de zichtbare herinneringen. Het leven dat onzichtbaar is geworden en vaak ook niet meer denkbaar.
De oude walnotenlaan ligt er nog, de bomen waren in zijn jeugd al zo groot. Derksen vindt de laan, die hij de Parkse Allee noemt, er heel mooi uitzien nu hij bestraat is.
Wat niet meer te zien is en wat ook niet meer denkbaar is, is dat zijn moeder de hele ongeveer één kilometer lange laan aanharkte als de rentmeester van de Dullaertstichting in zijn koets op bezoek kwam. Tweemaal per jaar bezocht hij de boeren in De Park die de grond van de Stichting pachtten.
Tijden veranderen, en dat zal altijd zo blijven.

 

Margreet Jellema,
Bureau de Knotwilg

Reacties zijn gesloten.