Verhalen

20-09-2021 Steenmarter | Het dier van de maand

Fluwijn in beeld

Ze zien er zo lief uit, kleine marterachtigen: een zachte vacht en grappige, ronde oortjes. Ze hebben ook leuke namen, zoals hermelijn en wezel of fluwijn. Als nachtdieren scharrelen ze rond in het donker, zoals de fluwijn in bijgaand filmpje, gemaakt in een voedselbos in De Park.

Het fluwijn in beeld is beter bekend als de steenmarter, berucht van de doorgeknaagde autokabels. Maar die hebben natuurlijk niet hun culinaire voorkeur, al is hun menukeuze ruim: tal van kleine dieren moeten voor hen vrezen, zoals muizen, ratten, vogels, kikkers en torren. Eieren zijn hun lekkernij. Ook lusten ze bessen en ander fruit. Steenmarters zelf zijn een prooi voor vossen en rijdende auto’s. En natuurlijk voor de wolf als die naar onze streken mocht optrekken.

Ook wat leefomgeving betreft zijn ze niet kieskeurig. Ze houden van een gevarieerd landschap met bosjes, hagen, weilanden maar ook in een stenige omgeving, wat zowel een rots als een stad kan zijn, voelen ze zich thuis. Als er maar voedsel is en een schuilplek. Ze zijn zo groot als een poes, maar slanker en met kortere pootjes.

In zijn grote leefgebied, van tientallen tot honderden hectares, heeft een marter verschillende schuilplekken. Dit kunnen natuurlijke plekken zijn als boomholtes of takkenhopen, maar ook schuren, zolders of de ruimte tussen spouwmuren, waar een opening van enkele centimeters voldoende is om binnen te komen. Dicht bij menselijke bewoning kan een marter geluidsoverlast of stank geven, met name in de paartijd, die in de zomer valt.

Steenmarter, Foto: Jeroen Kloppenburg, Weylin Tracking 

Bescherming

In de jaren ’70 van de vorige eeuw was de ooit algemeen aanwezige steenmarter bijna uit Nederland verdwenen. Sinds ze beschermd zijn mag er niet meer op hen gejaagd worden, niet om hun bont, niet om hun schade als roofdier van kippen en eieren en niet om hun overlast als ongewilde huisbewoner. Hun aantal neemt dan ook weer toe.

Al zijn ze niet zo aaibaar als ze er uitzien, deze felle roofdieren horen wel thuis in een natuurlijk gebied als Park Lingezegen. Ze dragen bij aan behoud van natuurlijk evenwicht doordat ze meehelpen een plaag van muizen of ratten te voorkomen.

nieuwsbrief

nieuwsbrief

facebook

facebook-vind-ons-leuk

Reacties zijn gesloten.

×