7-02-2017 Waar zijn ze gebleven?

Laatst was de wereld in Park Lingezegen verstild in witte winterrust. Er scheen niets te gebeuren. Waar waren  ze gebleven, alle dieren die ook in de winter doorleven? Het was juist die alles bedekkende witte laag die liet zien wat er zich, midden in de winter, nog beweegt in de natuur.

Afdrukken van hondenpoten en van kattenpootjes zag ik allereerst. Die huisdieren redden het wel in de winter. Ik zag ook de forse afdrukken van fazantenpoten. En sporen die ik toeschreef aan een haas. Niet zo moeilijk om te bedenken, want deze diersoorten werden onaangenaam verrast door mijn gestruin en maakten dat ze wegkwamen. Daarbij laten fazanten even weinig over van de stilte. Ik had graag ree-sporen willen zien, want ik vermoed dat die dieren hier ook rondlopen. Maar dat is niet gebeurd.

Waar is de rest gebleven?

Mollen zelf zie je nooit, maar in de sneeuw zijn ze duidelijker aanwezig dan ooit. De donkere hopen uitgeworpen grond in het witte veld verraden waar hun nieuw gegraven gangen lopen. Lang niet altijd in een rechte lijn, valt me op. Omdat hun voedsel, bodemdiertjes, bij kou diepere lagen opzoekt, moet de mol ook dieper gaan en nieuwe gangen graven.
De  torenvalk hangt niet voor niets in de lucht en ook buizerds speuren rond. Ze zijn uit op  bijvoorbeeld spitsmuizen en veldmuizen die er op uit trekken om voedsel te zoeken. Hoewel sommige muizensoorten een voorraad aanleggen en het rustig aan doen in de winter.

Zoogdieren als egels en vleermuizen verdwijnen ook uit beeld. Ze zoeken veilige plekjes op, de één onder takken en bladeren, de ander in kieren of kelders. Zoogdieren kunnen hun temperatuur verlagen, de hartslag wordt heel gering, en zo kunnen ze maandenlang leven van hun opgebouwde vetlaag of de wintervoorraad die het hol in is gesleept. In een soort winterslaap.

Ook aanwezig maar onzichtbaar zijn de talloze insecten die het voorjaar afwachten, veilig weggekropen in holle stengels, onder bladeren, in de grond, tussen stenen of spleten en holtes in bomen. Ook insectenhotels bieden hen een onderkomen. Deze compenseren dat veel van hun favoriete plekjes door mensen opgeruimd worden. Of ze hebben hun eitjes daar achtergelaten voor de nieuwe generatie van komend voorjaar. Insecten zijn koudbloedige dieren die zolang het koud is bijna geen energie verbruiken en leven van hun vetreserves. Er zijn insecten die een soort anti-vries maken dat hen beschermt tegen vorst. Bij te veel vorst leggen echter veel insecten het loodje.

Insecten worden weer actief als de dagen lengen. Dat is dus net anders dan bij een winterslaap van zoogdieren. Die worden actief als de temperatuur stijgt. Maar insecten gaan in een ‘diapauze’, zoals dat heet.

Al met al is het helemaal niet zo uitgestorven in de winterse wereld. De dieren zijn er wel, maar je ziet ze niet of nauwelijks. Behalve natuurlijk de vogels die wel duidelijk aanwezig zijn in hogere regionen of bij open water.

Margreet Jellema

Reacties zijn gesloten.