18-09-2014 Moeras uit de klei getrokken

Grote machines happen in de klei en trekken er bakken vol uit. Vrachtwagens rijden er achter elkaar mee weg naar het benzinestation aan de A325 vanwaar het afgevoerd wordt. Waar de machines geweest zijn verschijnt water. Een nieuw moeras ontstaat voor zowel natuur als wateropslag waar het ook goed recreëren is.

In het  puntvormige gebied tussen de Kampsestraat en de A325, boven de Linge, verdwijnt het weiland in rap tempo. Er wordt 70- 80 cm afgegraven waarna er 10-20 cm water in zal staan. Eind 2014 is de klus geklaard, waarna in het voorjaar riet geplant wordt en Waterrijk een moeras rijker is.
Wat zouden onze voorouders van eeuwen geleden hiervan zeggen? Ze werkten zich de blubber in de zompige kleimoerassen van de Over-Betuwe. Ze groeven geulen voor de afwatering en legden kades aan om hun hebben en houwen te beschermen bij hoog water. In de loop der tijd ontstond, in de 13e eeuw, een gesloten dijkrand langs de rivieren die het hele achterland beschermde. Een stelsel van zegen en pijpen werd gegraven om overtollig water naar de Linge af te voeren. Uiteindelijk ging in de vorige eeuw drainage de grond in en hielden enkele gemalen en stuwtjes het waterpeil hoog genoeg als er watertekort dreigde voor de landbouw.
Als ze heel vroeger geweten hadden dat nu delen van deze op het water bevochten grond wordt afgegraven tot…. zompig moeras. Zijn we terug bij af? Of maken we juist een stap vooruit met het oog gericht op de toekomst?
Het antwoord is: de tweede optie. Om ons voor te bereiden op ontwikkelingen in de toekomst is het nodig terug te grijpen naar situaties uit het verleden. Na de vele heftige regenbuien van de afgelopen zomer kunnen we ons iets voorstelen bij de voorspelling dat dit de komende decennia alleen maar erger wordt. De talrijkere zware buien veroorzaken in korte tijd grote overlast omdat ons afwateringssysteem daar nog niet op berekend is.
Dit nieuwe moeras dient, met meer maatregelen overal in het land, dan als waterberging. Vervolgens stroomt het rustig weg naar de Linge.

Als onze verre voorouders zouden weten hoe droog en veilig het land er nu bij ligt, dan zouden ze vast blij zijn dat een deel er van in ieder geval voor hen herkenbaar is: water, riet, lisdodden, veel bloemen en veel vogels, libelles, vissen. Kortom een stukje levende natuur.
Toen nog alledaags, nu iets waar we ons best voor moeten doen om het te verkrijgen, maar waar we dan ook volop van kunnen genieten, en tegelijk ook profiteren.

Margreet Jellema,
Bureau de Knotwilg

Trefwoord(-en):

Reacties zijn gesloten.